Wandelen met het IVN woensdag 3 september

Ik was vandaag voor de vierde keer gaan wandelen met het IVN er waren in totaal 8 mensen en 1 hond. We namen de route die de gidsen normaal nemen omdat er mensen bij waren die het gebied niet kennen en daar het meesten te zien is. We wandelen in het Schuitwater. Het Schuitwater is een natuurgebied in Noord-Limburg tussen Broekhuizen, Lottum en Melderslo. We hadden gewandeld van 14.00 uur tot en met 16.20 uur. Maar de wandelingen zijn nooit zo pittig omdat we rustig wandelen en overal stoppen om dat er iets wordt verteld. Je praat wat met de gids en met andere mensen en je leert weer van iedereen wat. Ik zal hier even vertellen wat we hebben gezien.

Als eerste vertelde de gids over inheemse blauwe bessen. Deze komen van oorsprong voor in dit gebied en niet zoals de blauwe bessen kwekerijen uit Noord-Amerika. Het gaat alleen slechter met de inheemse blauwe bessen. Een paar stappen verder kwamen we bij de zwarte elzen, deze komen van nature hier voor en groeien gewoon in het water. Zwarte elzen houden er van als er kalk in de grond zit. Vaak zie je dat de stam uit meerdere bomen bestaan, dit is omdat ze vroeger werden gekapt, maar sinds 1950 was dit niet meer nodig. Toen kwam er houtskool en steenkool en hadden ze de zwarte elzen niet meer nodig voor de kachel.

Engelwortel

Engelwortel

We kwamen bij een ander gedeelte, een beekje en hier vertelde de gids over engelwortel. Engelwortel is een schermbloemige en veel mensen vinden het op berenklauw lijken, maar engelwortel is niet giftig en er zijn wat verschillen. Het blad van engelwortel heeft geen haren op de stam. Vroeger toen de pest er nog was hadden die mannen met dat masker met zo’n snavel er kruiden inzitten waaronder van de engelwortel. Ze dachten dat dat tegen de pest hielp. Later bleek van niet, maar moesten ze bij de vlooien van de ratten zijn.

Populier

Populier

Verderop was een omgezaagde populier. Deze zagen ze om omdat ze na een jaar of 25 à 30 rot worden van binnen en kunnen omvallen. Deze was nog helemaal niet rot van binnen, maar toch doet Staatsbosbeheer het voor de zekerheid. Verderop stond heermoes, dit is een plantje dat hol is vanbinnen en dat je uit elkaar kan halen. Verderop in het water stond nog waterweegbree. Dat is een veel voorkomende plant in het water.

Bitterzoet

De vruchten van bitterzoet

We liepen door een ander elzenbroekbos en de gids liet ons bitterzoet zien. Bitterzoet is een nachtschade. Je moet de besjes daarom ook niet eten (aardappels en tomaten zijn ook nachtschade, bij aardappels eet je ook alleen de wortels en bij tomaten weer wel de vrucht, hoe dat dan weer zit…). De naam van bitterzoet is alleen fout, want de besjes zijn eerst zoet, daarna pas bitter. Zo is de naam op zijn Latijns ook: Solanum dulcamara, waarvan Dulcis “zoet” betekent en amaris “bitter”, dus andersom. Kinderen die niet weten dat het giftig is, kunnen daarom ook blijven eten omdat ze denken dat bitterzoet lekker zoet is en pas later merken ze het bittere.

Bovist

De gele aardappelbovist

Toen we weer uit het elzenbroekbos waren stond er gele aardappelbovist. Gele aardappelbovist heeft de sporen binnenin. Hoe langer ze leven, hoe dunner de huid. Na een tijde is de huid zo dun dat een druppel genoeg is om de paddenstoel te laten knappen. Zo kunnen de sporen zich verspreiden. Iemand vroeg of paddenstoelen graag in het licht staan, omdat in het, maar dat is niet belangrijk voor paddenstoelen. Paddenstoelen hebben geen bladeren om suikers aan te maken. Champignons groeien ook in het donker. De paddenstoelen in het bos staan graag op die plekken, omdat het langs het pad is, daar een lage strooisellaag, zo kunnen ze er gemakkelijker groeien. Hoe paddenstoelen aan hun suikers komen is nog een raadsel, maar het zou kunnen dat ze samenwerken met bomen en planten. Zo zou de paddenstoel zout afgeven aan de boom en in ruil ervoor geeft de boom suiker af aan de paddenstoel. Voor een vliegenzwam maakt het bijvoorbeeld niet uit bij welke plant hij groeit, voor andere soorten paddenstoelen weer wel, die werken bijvoorbeeld alleen samen met een berk.

We kwamen bij de beverdam en deze was uit elkaar. De bevers die hier waren uitgezet zijn al overleden. De zoons verlaten altijd het gebied, de dochters blijven. Een bever wordt gemiddeld 10 jaar, maar soms wel 20 en zijn pas volwassen als ze 3 jaar oud zijn. De bevers waren hier uitgestorven omdat er op ze werd gejaagd voor hun pels en voor katholieke was vrijdag visdag en ze aten geen vlees tijdens het vasten. Ze dachten dat de bever een vis was omdat deze een geschubde staart heeft. Na de beverdam stond waterscheerling, dit is het giftigste plantje van Nederland, wil je er iemand mee omleggen, gebruik dan wel de wortels, die zijn heel giftig. Als je de plant uit het water trekt gaan de wortels zich verspreiden. Ze kunnen drijven omdat ze hol van binnen zijn en kunnen zo weer ergens anders groeien en zich uitzaaien. Voor de waterscheerling stond nog slangenwortel, wat ook een giftige plant is. Verderop kwamen we bij de vrouwelijke plant van de jeneverbes. Met de jeneverbes gaat het algemeen erg slecht, door allemaal stoffen, die in de regen zitten. Er achter staat een het mannetje. Bij jeneverbessen duurt het 3 jaar voordat de bessen klaar zijn. Ook dennenappels zijn na drie jaar rijp. Drie komt vaak terug in de natuur. Zo heb je de rij van Fibonacci. En iets van 90% klopt met de natuur, iemand zij dat het de gulden snede was, maar ik had het over de getallen 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, 610, 987, 1597, 2584, 4181, 6765, 10946, … En de spiraal van de gulden snede is opgebouwd uit deze getallen, zo heeft een dennenappel altijd 5 ringen, nooit 4 of 6, veel bloembladeren 5 bladen, geen 4 of 6, maar wel 8 of 3, er zijn uitzonderingen.

Muizenoortjes

Muizenoortjes, lijken op… muizenoortjes.

Later kwamen we het pijpenstrootje tegen. Pijpenstrootje is een grassoort, dat graag groeit op matig voedselrijke gronden. Achter deze pijpenstrootjes stonden bramen. Bramen hebben weer graag voedselrijke gronden nodig, wat het dan is… Bij het IVN Ven groeide nog steeds zonnedauw. Dit is een insectenetend plantje. Zonnedauw trekt door de druppeltjes op de bladeren insecten aan, als die er op gaat zitten is het van: “HAP!” en haalt het plantje de eiwitten uit het insect, het buitenste van het insect is te hard om op te eten. Het zandblauwtje was er ook nog. Zandblauwtje is een heel mooi klein blauwe bloemetje. Verderop staan muizenoortjes, deze worden bijna weggedrukt door andere planten. Ook zegen we nog een salamander, helaas was deze gelijk weg. Ook stond er bezemkruiskruid, dit is een plant die oorspronkelijk uit Zuid-Afrika komt en waarschijnlijk hier is gekomen door een wolfabriek onder Maastricht. Er zaten zaden in de wol en die zijn hier via het spoor hier terecht gekomen.

Dit was de wandeling. Het zijn geen goede foto’s, maar het gaat maar om welk plantje (of diertje) het is.

Author: Mathijs

Share This Post On

1 Comment

  1. Heel mooi verhaal Mathijs.

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *