Tweede theorieles bijenhouden

Ik (Mathijs) op de foto. Afgelopen zaterdag hadden we de tweede theorieles bijen houden. Iedereen was er nu, in totaal 22 mensen. Er was deze keer een presentatie over het natuurlijke leven van het bijenvolk, ervan uitgaande dat de imker niets doet.

Als je een bijenvolk als het gehele organisme ziet, dan krijgt een bijenvolk wel 2 á 3 zwermen per jaar. 1 bij of 1 dar of 1 koningin kunnen niet leven, daarom wordt het gehele volk als één organisme gezien. Na de eerste nachtvorst is de koningin gestopt met het legen van eitjes, maar vlak na de kortste dag begint de koningin weer met het leggen van eitjes. In december moet je ook nog een behandeling tegen de Varroamijt doen, want één Varroamijt kan wel 300 nakomelingen krijgen! In de winter gaat het volk op een tros zitten, hoe kouder hoe dichter tegen elkaar, hoe warmer hoe verder uit elkaar. De temperatuur in de tros is dan tussen de 15 en 25 °C.

Bij de eerste lentedag vliegen de bijen uit om een reinigingsvlucht te doen, ze legen dan hun endeldarm. Als er zieken bijen bij zitten vliegen deze weg en komen niet meer terug, ze sterven dan ergens. Eind maart tot begin april is er een generatiewisseling, de winterbijen gaan dood en de voorjaarsbijen worden geboren. Er is dan veel broed en er zijn weinig bijen.

Als het volk wil gaan zwermen beginnen ze dit met het aangeven door darrenraat te bouwen, darren komen uit onbevruchte eitjes. Ze lopen voor het eerst uit rond 15 april. De werkster beginnen met het maken van speeldopjes (zwermcellen) en later gaat de koningin deze beleggen. Als de imker niks doet stopt het volk met bouwen en gaat het volk op de kast hangen, dit noemen ze baardvorming. De oude koningin gaat dan zwermen met de helft van het volk. Daarna komt er een nazwerm, waar tussen de 2 en 5 koninginnen in zitten en ook weer de helft van wat er op dat moment in de kast of korf zit. Die koninginnen vechten later uit wie de enige koningin van het volk zou worden. Ze zoeken elkaar op steken elkaar dood en de sterkste zal overleven. Dat er meer koninginnen inzitten zie je ook aan het de zwerm in de boom, ze bestaan uit meerdere punten. Er kan nog een nazwerm komen, maar uiteindelijk beslist een nieuwe koningin dat het goed is geweest, de zwermstop en bijt de zwermdoppe af. Bij een zwerm zitten bijen van alle leeftijden en hebben hun maag vol honing. De nieuwe koninginnen gaan paren met zonnig weer met meer dan 20 graden Celsius, weinig wind en met tot wel 20 darren, darren zijn erna gelijk dood.

Honing is ongeveer 8000 jaar geleden ontdekt, de Egyptenaren waren een van de eerste die bijen gingen houden. Toen het suikerriet werd ontdekt in Amerika, zakte de prijs en waarde van de honing. Er zijn twee honingperiodes: de voorjaarshoning en de zomerhoning. De voorjaarshoning bestaat vooral uit: fruit, paardenbloem, koolzaad, heester en acacia. Als je naar een veld gaat met bijvoorbeeld alleen maar koolzaad, krijg je koolzaadhoning. Dat geld ook voor de linde die in de zomer bloeit, dan kan je lindehoning krijgen. Kaarsen moesten vroeger in de kerk altijd van bijenwas zijn. Tussen de voorjaarshoning en zomerhoning is er weinig dracht, dit is ook te merken bij vlinders, de zogenaamde juni-dip.

Een bij is bloemvast en vliegt altijd op dezelfde bloemensoorten en vliegt tot wel 5 km ver weg, meestal tot 3 km. Een bij is behaard, een wesp is niet behaard. Bijen hebben het liefst veel bloemen en graag warm weer.

De Imkervereniging Horst e.0. bestuift jaarlijks al voor 25 miljoen euro aan gewassen. In heel Nederland is dat 1,5 miljard.

Dit keer was trouwens de bij het 3e belangrijkste landbouw dier, na de koe en het varken. Bij de vorige les was het nog het tweede na de koe.

Dit hadden we geleerd en nog meer, over een maand is de volgende les. Dat is ook een theorieles en daarna begint de praktijk.

Author: Mathijs

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *