Tweede behandeling tegen de varroamijt, bijen bijvoeren en wat me nu toch overkwam!

Ik (Mathijs Herremans) bij de bijenstal

Ik bij de bijenstal, volken van rechts naar links: F1, M1, M2 en H1. Foto: Safia Boulghalgh. 2 juli 2015.

Het seizoen voor de bijen zit er zo goed als op, helaas. Wat we nu moeten doen is de behandeling tegen de varroamijt. Dit is een klein spinachtig insect die zich in het broed op de bijen voortplant. Zodra een bijencel gesloten wordt, waarin een larfje zich gaat verpoppen tot volwassen bij, gaat een volwassen moedermijt in de cel bij de bijenlarve. Ze legt eerst een onbevrucht eitje, daar komt een mannetje uit en dan een bevrucht eitje, daar komt een vrouwtje uit. Haar dochter wordt dan bevrucht door het mannetje. Inteelt dus, maar net deze vervelende soort kan er tegen. De varroamijten zuigen het insectenbloed op (hemolymfe) en daardoor verspreiden ze ziektes. De varroamijt komt van oorsprong niet voor op de Europese honingbij (Apis mellifera) maar wel oP de Aziatische soort (Apis cerana). De Aziatische honingbijen hebben er mee kunnen leren leven. Onder andere door poetsgedrag en sneller de poppen waar de varroamijt op zit te verwijderen. Deze eigenschappen worden nu ook geteeld in de Europese honingbijen. Als je niet behandeld heb je kans dat je volken dood gaan aan ziektes. Gemiddeld kunnen volken zo’n 3 jaar zonder de behandeling tegen de varroamijt, maar dat is als je geluk hebt. Waarschijnlijk leggen ze al eerder het loodje. Wij doen de behandeling met Thymovar, dat is een plaatje gebaseerd op de etherische olie van tijm, maar dan (helaas) synthetisch nagemaakt. Deze behandeling is makkelijk, je legt er 1 of 2 boven de kast, ligt aan hoeveel bakken en het doet voor de rest zijn werk. Als je nu bij de bijen komt ruik je de Thymovar.

Wat we ook nog moeten doen is bijvoeren. Je zult dan denken, je geeft ze honing, maar dat gaat niet. Honing uit de supermarkt is in de meeste gevallen geen honing en als het al honing is dan zit het waarschijnlijk vol met ziekten. Waar moet je ze dan mee voeren, eigen honing, van je eigen bijen of zielige slechte suikers en suikers kunnen nooit tippen aan honing. We moeten iets, nu er bijna niks meer te halen is. We geven ze invertsuiker, dat is al gesplitst in glucose en fructose. Volgend jaar wil ik een kast waar ik geen honing van ga winnen, ik wil die kast ook ombouwen tot een kast met hoogramen, geen twee losse ramen boven elkaar, maar ramen waar ze alle mee doen.

Dinsdag was ik voor het eerst sinds de vakantie bezig in de bijen. Ik begon in volk F1 (F van Frank) en kwam de koningin tegen. Ik had de merkstift al bij me, een knappe geel-goude moer. Ik pakte de stift en wilde haar merken, maar mij is verteld, eerst op een dar proberen. Ik had bij een andere beginnende imker van de cursus zijn koningin gemerkt en de inkt liep helemaal uit over haar, het was toen ook veel te warm om te merken en ik had die stift in mijn broekzak. Nu wilde ik dat voorkomen en merkte dus eerst een dar. De inkt liep niet uit. “Oké, nu de moer.” Dacht ik en ik werd zenuwachtig en m’n hand begon te trillen. Ik stipte haar borstuk aan en plof weg was ze. “Shit waar is ze nu!” Dacht ik. (Als nu de koningin dood gaat moeten ze een nieuwe maken en heb je de kans dat je een onbevruchte of niet goed bevruchte koningin terug krijgt, er zijn steeds minder darren.) Ik keek nog eens op het raam, maar daar was ze niet. “Zou ze in de kast zijn gevallen?” Nee, ze liep op de planken tussen de kasten. Ik moest het koninginnenkooitje zoeken. In de haast zag ik het koninginnenkooitje niet liggen, inmiddels liep ze op de zijkant van mijn kast. “En nu? Oppakken?” Zei ik tegen mezelf. Ik probeerde het maar was bang haar kapot te knijpen en ze viel. Ik keek nog eens in de doos naar het koninginnenkootje en ik zag het liggen, maar nu liep ze onder mijn kast. Ik haalde voorzichtig de bodem eruit en ze liep onder mijn kast. Die bodem is er om het volk meer ventilatie te geven en de varroamijt te tellen, er zit dus een gaas boven. Ik was bang dat als ze over het gaas ging lopen de andere bijen verward raakte door de geur van een tweede koningin en haar zouden doodsteken door het gaas. Ik had mijn kast naar voren geschoven en ging op de grond liggen en hoopte dat ze mijn kant op zou lopen en ik haar in het kooitje kon vangen. Maar ze liep steeds naar achteren (waarschijnlijk door de koolzuur die ik uitademde, daar houden bijen niet van). Ik kreeg haar maar niet te pakken en heb Frank toen geroepen. Hij tilde mijn kast op en ik heb haar gepakt, ik heb haar op een bijna leeg raam gezet en Frank heeft haar toen gemerkt. Eind goed al goed en ze leefde nog lang en gelukkig.

Author: Mathijs

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *