Paddenstoelen kijken

Gisteren, 14 november ben ik paddenstoelen gaan kijken met Margot en Geert. Ik was met hun ook al een keer nachtvlinders gaan tellen, maar nu met paddenstoelen, omdat ik gevraagd had of ik mee mocht met paddenstoelen kijken. We hebben heel veel gezien over een korte tijd en dat terwijl er nu al minder is. We hebben denk ik een paar honderd meter gelopen in twee uur, daarna wel flink doorgelopen.

Update 16-11-2014 15:12
Foutieve informatie bijgewerkt.

Botercollybia (onbewerkt)

De misvormde botercollybia. Foto: Mathijs Herremans. 14 november 2014.

Ik had met Margot en Geert afgesproken bij de parkeerplaats bij het Schuitwater. Ik was er al vroeg, omdat ik vond dat het te hard waaide en ik op tijd moest aanfietsen. Ik heb even bij de picknicktafel gewacht en even later kwamen hun er al aan. Ze zeiden meteen dat er niet zoveel te zien zou zijn. Het zou te droog zijn en niet warm genoeg. Dit jaar was de echte paddenstoelentijd al in augustus begonnen. Ze vroegen wat ik er al vanaf wist. Ik zei: “Wat ik bij biologie heb geleerd en daar ben ik, denk ik, al wel weer veel van vergeten.” Ook al wist ik wel meer van de wandelingen met het IVN. De eerste paddenstoel waar ik over in mijn boekje schreef was de botercollybia. Deze paddestoelen voelt vettig aan op de hoed. Er stond een misvormde bij, dat kan wel eens voorkomen.

Het geweizwammetje

Het geweizwammetje. Foto: Mathijs Herremans. 14 november 2014.

Ook zagen we het plooivlieswaaiertje (foto 1, foto 2). Het plooivlieswaaiertje zit op hout, alleen van loofbomen en dan vooral van berk, beuk en hazelaar. Het plooivlieswaaiertje heet zo, omdat er onderop geen plaatjes, buisjes of poriën zitten, maar plooien, daarom is het altijd belangrijk om naar de onderkant te kijken en daar een foto van te maken. Er zijn heel veel criteria waar je naar moet kijken, hoe ruikt de paddenstoel, welke bomen staan er in de buurt, lopen de plaatjes door tot aan de steel of stoppen ze ervoor, hoe dik is de steel, welke kleur is de hoed, is de hoed glad, wat voor tekening zit er op de hoed en ga zo maar door.

Op een andere dode stronk zat de geweizwam. Deze vind ik wel mooi. Het geweizwam lijkt op een gewei van een hert, het witte wat je op de achterste ziet zijn de sporen.

Later kwamen we bij een paddenstoel, van de familie melkzwammen. Welke het is weet ik niet. Bij de melkzwammen komt er een soort van melk vrij. Dat melk verkleurt, dat kan soms 5 seconden duren, maar soms ook wel 5 minuten.

Mycelium

Mycelium. Foto: Mathijs Herremans. 14 november 2014.

De schimmel van een paddenstoel heet “mycelium”. Een paddenstoel kan je vergelijken met een appel, de paddenstoel kan je plukken en komt ooit weer terug, het is eigenlijk de vrucht van het mycelium. De paddenstoel vormt de sporen. Als twee sporen elkaar vinden en de omstandigheden zijn goed, dan groeit er een paddenstoel. Het grootste organisme is een paddenstoel, dat zijn dan het mycelium, van 8,9 km² groot, ergens in Amerika en is de sombere honingzwam. Vroeger waren de bosbeheerders, van vooral productiehout, bang voor de sombere honingzwam, omdat deze het hout onbruikbaar maakt. Wij kwamen de sombere honingzwam ook tegen.

Na de honingzwam kwamen we een, met de nadruk op “een”, russula tegen. De russula’s zijn namelijk erg moeilijk op naam te brengen, deze was mooi paars van kleur.

We kwamen ook een aantal tonderzwammen tegen. Deze kunnen meerdere jaren oud worden en zijn heel erg hard. Ze zijn zijdeling aangehecht, in plaats van, van onder. (Hier de jonge en hier de oude berkenzwam.)

Op deze twee foto’s kan je mooi het verschil zien tussen plaatjes en buisjes.

2014-11-14-Doolhofzwam 03

Het doolhof van de doolhofzwam. Foto: Mathijs Herremans. 14 november 2014.

Op een andere stam zaten hele mooie doolhofzwammen, de naam komt van hoe de plaatjes onderop zitten, omdat het net een doolhof lijkt. Bovenop de doolhofzwam zat roze spul, maar dat zit er normaal niet, zie foto 1. (en foto 2.)

Later toen we een stuk hadden doorgelopen (omdat ik om 13.00 uur moest eten en het al 12.15 was). Kwamen we aan de andere kant van het water, er was een stuk minder, of het kwam omdat we door hadden gelopen. Maar daar op een stam kleine lieve paddenstoeltjes. Namelijk de grote bloedsteelmycena. Hij was niet zo groot. Ik zei daarop: “Dan wil ik niet weten hoe groot de kleine bloedsteelmycena is.” Geert zei hierop: “Die is maar een klein beetje kleiner.” De grote bloedsteelmycena dankt zijn naam, omdat als je de steel breekt er rood sap uit komt, dat op bloed lijkt. Op een zakdoekje is het bloed al meteen zwart.

Grote bloedsteelmycena

Grote bloedsteelmycena. Foto: Mathijs Herremans. 14 november 2014.

Op het einde vlak voor de weg, was een omgevallen boom met heel veel soorten paddenstoelen: het ruige en gewone elfenbankje, waarvan de gewone er ruiger uitziet, maar het gaat om de haren en die haren zitten op het ruige elfenbankje. Elfenbankjes zijn soms groen uitgeslagen, dat komt door de algen.Ook zat er het waaiertje, een trilzwam en winterhoutzwam. De winterhoutzwam is weer een uitzondering van een houtzwam op een steeltje. Van al dit leven op één dode boom, van ongeveer 5 meter, zie je dus dat het belangrijk is om veel te laten liggen in het bos (maar ook in je tuin). Vroeger haalde de boswachters alles weg. Tegenwoordig laten ze alles liggen. Bij het VARA programma “Vroege Vogels” heb ik een keer gezien dat als ze alles laten liggen weer heel veel dieren terugkomen, vooral kevers, omdat er soorten bij zitten die dood hout eten.

Een ruige en een gewoon elfenbankje

Boven het ruige- en onder het gewone elfenbankje. Foto: Mathijs Herremans. 14 november 2014.

Ik heb veel geleerd en ga, als er nog paddenstoelen zijn en goed weer is nog een keer met Margot en Geert in het droge gebied van het Schuitwater kijken.

Margot en Geert nogmaals bedankt!

Author: Mathijs

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *