Foto van de week…? Euhh video! Week 39

Vorige week geen foto van de week. Dan nu maar een video van de week.

Donderdag 25 september waren we aan het beeldhouwen. Wat zagen we opeens op de grond!? Twee kleine muisjes, het bleken bosmuizen te zijn. Ik denk dat ze nog te jong waren om zelf te overleven. Eentje had pas een oortje open en de oogjes pas half open en liep erg moeilijk. Het andere bosmuisje liep al vrolijk rond en waste zichzelf en at ook. Ze waren absoluut niet bang. Onze poes had die dag een muis gevangen. Misschien was dat de moedermuis wel, waardoor dat de jongen zelf opzoek gingen naar de moeder of naar eten. Ze kende ook nog geen gevaar.

Bosmuizen (Apodemus sylvaticus) komen in bijna heel Europa voor met uitzondering van Noord-Scandinavie en grote delen van Rusland en de Baltische staten. De bosmuis komt ook voor op IJsland, enkele eilanden in de Middellandse Zee, Noordwest-Turkije en in Noordwest-Afrika. In Nederland komt de bosmuis overal talrijk voor, ook op de Waddeneilanden. De bosmuis komt ondanks, wat zijn naam doet vermoeden, niet alleen in de bossen voor, maar ook op open terreinen. Als er maar genoeg dekking is, zoals lage begroeiing of stenen die verspreid liggen.

De bosmuis is een nachtdier en is zeer actief. De bosmuis kan goed rennen, springen en klimmen en kan dankzij zijn sterke achterpoten zich voortbewegen op een kangoeroeachtige manier. Bij onraad richten ze zich op de achterpoten. Ze kunnen heel goed ruiken en herkennen andere muizen hoofdzakelijk aan geur. De bosmuis houdt geen winterslaap. Als de bosmuis toch te weinig voedsel heeft gaat het lichaam in een soort verstarring, waardoor veel minder energie wordt verbruikt.

De bosmuis eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel en klimt makkelijk in de bomen. De bosmuis eet voornamelijk zaden van grassen maar ook onkruiden, bessen, noten, wortels, paddenstoelen etcetera. Het dierlijk voedsel bestaat vooral uit spinnen, slakken, kevers, rupsen en poppen van zowel dag- als nachtvlinders.

De twee muisjes samen
Kleinen muisjes onder de hangschop
Kleine muisjes onder de hangschop

De bosmuizen planten zich voort in een periode van maart tot oktober, met een piek in juli en augustus. De draagtijd is ongeveer 23 tot 26 dagen. Er worden 3 tot 8 jongen geboren, maar gemiddeld 5 tot 6. Later het jaar worden de nesten kleiner. De jongen worden blind en naakt geboren en wegen 1-2 gram. Later krijgen ze een grijze vacht. Enkel het vrouwtje verzorgt de jongen. De zogende vrouwtjes keren vaak terug naar het nest om de jongen te zogen. De zoogtijd duurt 18 tot 22 dagen. Als de jonge 7-8 gram wegen verlaten ze het nest om zelf op zoek te gaan naar een leefgebied.

De vrouwtjes krijgen gemiddeld drie worpen per jaar. Jongen die vroeg in het jaar worden geboren zijn later zelf geslachtsrijp. Jongen die later in het jaar geboren worden zijn het jaar daarop geslachtsrijp. Mannetjes zijn geslachtsrijp als ze zo’n twaalf gram wegen, vrouwtjes bij vijftien gram. Een bosmuis kan achttien maanden oud worden, maar gemiddeld worden ze 3 maanden oud. In gevangenschap kan hij meer dan vier jaar worden.

De natuurlijke vijanden van de bosmuis zijn onder andere de wezel, hermelijn, das, marter, vos, kat, steenuil, bosuil, velduil, kerkuil, ransuil en torenvalk. De bosmuis komt vrijwel altijd voor in braakballen van de kerkuil en de ransuil. De bosmui moet nooit aan de staart opgetild worden. De huid van de staart stroopt namelijk makkelijk af waarna het afgestroopte staartdeel afsterft.

Author: Mathijs

Share This Post On

1 Comment

  1. Mooie site Mathijs

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *